De knie

De knie is een vrij instabiel gewricht wanneer je kijkt naar alleen de drie botten waaruit deze bestaat. De stabiliteit wordt gecreerd door de banden, spieren en het kapsel.

De knie is de verbinding tussen het bovenbeen en het onderbeen. Het is een zogenaamd scharniergewricht met de mogelijkheid om tot ongeveer 140 graden te buigen en tegelijkertijd het onderbeen ter roteren. Welke structuren zitten er in de knie:

  • Bovenbeenbot (femur)
  • Scheenbeen (tibia)
  • Knieschijf (patella)
  • 2 Meniscussen
  • 2 Kruisbanden (cruciata)
  • 2 Buitenbanden (collateraalbanden)
  • Spieren (hamstrings en quadriceps femoris) 
  • Slijmbeurzen

De knie heeft drie botten. Deze functioneren als 1 geheel omdat er een laag kapsel omheen ligt. De knieschijf beweegt ten opzichte van het bovenbeen terwijl het andere gewricht bestaat uit het scheenbeen en het scheenbeen.

De kniebanden zorgen met name voor stabiliteit van de knie. De buitenbanden (gelegen aan de buitenkanten van de knie) zorgen ervoor dat de knie in zijwaartse richting stabiel blijft. De kruisbanden zorgen ervoor dat het onderbeen niette ver naar voren en achteren schuift.

De meniscussen zijn twee halve maanvormige stukjes kraakbeen die tussen het bovenbeen en het onderbeen liggen. Zij zorgen door hun ingedeukte vorm ervoor dat het bovenbeen en onderbeen beter op elkaar passen. Daarnaast geven zij demping bij staan en springen.

De functie van de spieren is het buigen, strekken en roteren van de knie. Daarnaast verlenen zij stabiliteit aan de knie.

Slijmbeurzen zijn met stroperige vloeistof gevulde zakjes die zorgen voor een goed smering van bijvoorbeeld pezen in de buurt van een gewricht. Een bekende slijmbeurs is gelegen onderaand knieschrijf bij de kniepees die op het onderbeen aanhecht.